26 oktober 2026 | Opinie
Er zijn verkiezingsbeloften die sneuvelen omdat de wereld plotseling verandert. En er zijn beloften waarvan de verantwoordelijke politici vooraf hadden kunnen weten dat ze een financiële tijdbom bevatten. Het renteplafond voor studieschulden begint verdacht veel op die tweede categorie te lijken.
D66, VVD en CDA beloofden in hun coalitieakkoord dat de rente op studieleningen maximaal 2,5 procent zou bedragen. Een geruststellende toezegging voor studenten en oud-studenten die hun volwassen leven beginnen met een schuld bij DUO.
Voor die belofte reserveerden de coalitiepartijen jaarlijks 40 miljoen euro. Inmiddels blijkt het plan minstens 160 miljoen euro per jaar te kosten. Onderwijsminister Rianne Letschert (D66) ziet geen verantwoorde manier om het ontbrekende bedrag binnen haar begroting te vinden. En daarmee belandt een mooie coalitiebelofte op de inmiddels vertrouwde Haagse begraafplaats van goede bedoelingen.
D66 studierente: een belofte van 40 miljoen die 160 miljoen kost
Bij het opstellen van het coalitieakkoord werd gerekend met een langetermijnrente van 2,7 procent. Inmiddels rekent het Centraal Planbureau met 3,3 procent. Daardoor loopt de rekening voor het beloofde renteplafond fors op. Het kabinet moet minimaal 120 miljoen euro extra vinden, boven op de 40 miljoen die al was gereserveerd. Dat blijkt uit de toelichting van de minister.
Dat is serieus geld. Maar waarom werd een financiële garantie gedaan zonder voldoende rekening te houden met het risico dat de rente zou stijgen? Volgens berichtgeving van de NOS wees toenmalig onderwijsminister Robbert Dijkgraaf in 2023 al op de financiële risico’s van een renteplafond.
‘Daar baal ik van’
Letschert zegt dat ze ervan baalt dat ze het plafond niet kan uitwerken met het beschikbare budget. Dat zal voor de betrokken studenten een enorme opluchting zijn. De rente wordt er niet lager van, maar de minister heeft er tenminste een vervelend gevoel bij.
Voor veel oud-studenten is de rente inmiddels al hoger dan de beloofde 2,5 procent. Het verschil is niet voor iedereen gelijk, omdat de toepasselijke rente afhangt van het leenstelsel en de rentevaste periode. Maar wie een forse studieschuld heeft, merkt een hogere rente uiteindelijk in zijn financiële ruimte.
De minister onderzoekt alternatieven. Met de beschikbare 40 miljoen euro is volgens haar hooguit een beperkte rentekorting mogelijk. De oorspronkelijke belofte is daarmee niet formeel door het parlement geschrapt, maar de uitvoering ervan ligt wel degelijk op de helling.
Voor buitenlandse plannen blijken wel nieuwe miljoenen beschikbaar
Op 22 en 23 oktober kwamen vanuit een ander ministerie Kamerbrieven over extra investeringen in het buitenland. Minister Sjoerd Sjoerdsma (D66) kondigde samen met minister Tom Berendsen (CDA) een intensivering van het internationale beleid voor vrouwenrechten en gendergelijkheid aan. Daarvoor is 145,4 miljoen euro extra voorzien voor de periode 2027 tot en met 2031.
Een tweede brief behandelt extra investeringen in internationale gezondheidszorg en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Volgens de gepubliceerde berichtgeving gaat het daarbij om 84,5 miljoen euro. Samen gaat het om bijna 230 miljoen euro aan aangekondigde extra uitgaven, verdeeld over meerdere jaren en verschillende programma’s. Zie de Kamerbrief over gendergelijkheid en de brief over internationale gezondheidszorg.
Dat bedrag mag je niet zomaar vergelijken met de 120 miljoen euro die jaarlijks ontbreekt voor de studierente. Het ene betreft meerjarige uitgaven binnen buitenlandse beleidsprogramma’s, het andere een structurele maatregel op de onderwijsbegroting. Maar het politieke contrast is daarmee niet verdwenen. Voor de ene beleidsprioriteit worden extra middelen beschikbaar gesteld. Voor de andere krijgt de burger te horen dat de oorspronkelijke belofte financieel niet verantwoord kan worden uitgevoerd.
De Nederlandse student heeft geen ministerie van teleurstelling
Voorstanders van de buitenlandse programma’s zullen wijzen op internationale verplichtingen, volksgezondheid en vrouwenrechten. Dat zijn legitieme beleidsdoelen. Ook heeft Letschert een verdedigbaar argument wanneer zij waarschuwt dat een renteplafond bij verder stijgende rentes steeds duurder kan worden.
Maar daarmee verdwijnt de politieke verantwoordelijkheid van D66, VVD en CDA niet. Zij hebben immers zelf besloten een maximumrente van 2,5 procent in het coalitieakkoord te zetten. De overheid is geen reclamebureau dat een aanbieding kan intrekken zodra de boekhouder ontdekt dat de marge tegenvalt.
En dan hebben we de ouderenzorg nog
De discussie over studierente staat niet op zichzelf. Ook in de ouderenzorg klinkt al jaren dezelfde klacht: er zijn grote ambities, maar op de werkvloer ontbreekt het aan personeel en tijd. De FNV waarschuwt voor oplopende personeelstekorten in zorg en welzijn.
Voor een oudere die afhankelijk is van hulp bij wassen, aankleden of naar het toilet gaan, telt uiteindelijk niet hoe fraai het kabinetsbeleid is geformuleerd. Die wil dat er iemand komt wanneer hulp nodig is.
Dat buitenlandse hulpuitgaven de personeelstekorten in Nederlandse verpleeghuizen zouden veroorzaken, is niet aangetoond. Maar burgers mogen wel vragen waarom sommige politieke ambities financiële ruimte krijgen terwijl andere beloften op het moment van uitvoering stranden. Wie de bredere politieke discussie wil volgen, leest ook ons artikel over starters die noodgedwongen bij hun ouders wonen.
De rekening van een mooie belofte
Het probleem met het renteplafond is uiteindelijk niet dat een minister weigert blindelings 120 miljoen euro extra uit te geven. Financiële risico’s verdienen serieus onderzoek. Het probleem is dat de coalitie eerst een concrete toezegging deed en pas daarna tot de conclusie kwam dat de rekening onacceptabel kon worden.
Voor studenten die hun financiële toekomst proberen te plannen, is dat een bijzonder onaangename volgorde. D66 profileert zich graag als partij van onderwijs en kansen voor jongeren. Juist daarom mag de partij worden aangesproken op de betrouwbaarheid van haar eigen beloften.
Misschien komt er tijdens de begrotingsbehandeling alsnog een oplossing. Misschien blijft er slechts een bescheiden rentekorting over. Maar één ding staat inmiddels vast: de studenten kregen een renteplafond beloofd. De minister heeft nu vooral een begrotingsprobleem en een slecht humeur. En van dat laatste wordt bij DUO helaas niets afgeschreven.
Door Marco Padmos
