Mark Rutte en Rusland: de NAVO maakt beschuldigen tot militair instrument
Mark Rutte heeft een opmerkelijke opvatting over het publiekelijk beschuldigen van Rusland. Volgens de NAVO-secretaris-generaal moeten lidstaten niet aarzelen om Moskou verantwoordelijk te houden voor verdachte incidenten wanneer zij zeker, of bijna zeker, weten dat Rusland erachter zit. Estland had dat volgens hem goed begrepen. Tijdens een persconferentie met de Litouwse premier Mindaugas Sinkevičius sprak Rutte openlijk zijn waardering uit voor die aanpak.
Het klinkt misschien als een onschuldige oproep om duidelijker te communiceren. Maar achter die woorden schuilt een ontwikkeling die mij veel meer zorgen baart dan de zoveelste waarschuwing voor de Russische dreiging. De NAVO beschouwt het publiekelijk aanwijzen van Rusland inmiddels als een middel om Moskou af te schrikken. Een beschuldiging dient daarmee niet uitsluitend om de buitenwereld te informeren over wat er is gebeurd. Ze krijgt ook een militaire functie.
Dat is nogal wat.
Generaal Alexus Grynkewich, de hoogste militaire commandant van de NAVO in Europa, had eerder uitgelegd dat het openlijk toeschrijven van vijandige activiteiten aan Rusland onderdeel kan zijn van de afschrikking. Rutte nam die gedachte over en prees Estland omdat het Rusland publiekelijk had aangewezen.
Wat mij betreft had hij op dat moment een heel andere boodschap moeten afgeven. Wie een ander land beschuldigt van vijandige activiteiten, moet buitengewoon zorgvuldig zijn. Zeker wanneer het gaat om een kernmacht waarmee de verhoudingen al gevaarlijk gespannen zijn.
Rutte koos voor applaus.
Een vermoeden dat de wereld overgaat als feit
Natuurlijk kunnen inlichtingendiensten over informatie beschikken die niet openbaar gemaakt kan worden. Niemand verwacht dat een NAVO-land zijn bronnen prijsgeeft om een persconferentie overtuigender te maken. Maar dat is nu juist het probleem met de woorden ‘bijna zeker’. Het publiek kan doorgaans niet beoordelen waarop die zekerheid berust, terwijl de beschuldiging wel onmiddellijk wordt verspreid.
De volgende dag staat Rusland in de krantenkoppen als verantwoordelijke. Commentatoren bespreken de zoveelste Russische provocatie en politici grijpen het incident aan om hun waarschuwingen kracht bij te zetten. Tegen de tijd dat iemand zich afvraagt of de oorspronkelijke verdenking wel voldoende was onderbouwd, is het verhaal alweer onderdeel geworden van het algemene beeld dat Rusland overal achter zit.
We hebben dat mechanisme eerder gezien bij de meldingen van onbekende drones boven Europese vliegvelden. Nieuwsfeiten vroeg zich in Drones boven Europese vliegvelden: waar zijn ze gebleven? al af wat er van die alarmerende berichten overgebleven was. Het probleem is niet dat Russische betrokkenheid onmogelijk zou zijn. Het probleem ontstaat wanneer de verdenking sneller wordt verspreid dan de feiten kunnen worden vastgesteld.
Een NAVO-secretaris-generaal zou zich juist tegen die ontwikkeling moeten verzetten. Rutte lijkt haar liever te benutten.
En dat brengt ons bij een ongemakkelijke vraag. Als de publieke beschuldiging zelf een afschrikkingsmiddel is geworden, hoe voorkomen we dan dat het politieke belang van zo’n beschuldiging invloed krijgt op de beslissing om haar naar buiten te brengen?
Die vraag wordt niet minder belangrijk doordat Rusland Oekraïne is binnengevallen. Die oorlog bewijst dat het Kremlin bereid is geweld te gebruiken, maar bewijst niet automatisch Russische betrokkenheid bij ieder nieuw incident in Europa. Wie dat onderscheid niet meer wil maken, heeft de feiten ondergeschikt gemaakt aan zijn overtuiging.
Rutte spreekt namens een bondgenootschap, niet namens zichzelf
Wat mij vooral tegenstaat, is de vanzelfsprekendheid waarmee Rutte zich in deze rol lijkt te hebben geschikt. Als Nederlandse premier kon hij jarenlang wegkomen met handige formuleringen en politieke mist. Tegenwoordig spreekt hij namens een militair bondgenootschap waarvan de besluiten gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid van honderden miljoenen mensen.
Dan volstaat het niet om de beschuldigingen van een lidstaat enthousiast te begroeten. Dan moet je ook durven zeggen dat zelfs een bondgenoot zich kan vergissen.
Dat klinkt misschien als een open deur, maar in het huidige politieke klimaat is het bepaald geen vanzelfsprekendheid. Wie vraagtekens zet bij de koers van de NAVO, krijgt al snel het verwijt dat hij de Russische propaganda helpt. Alsof kritiek op de eigen machthebbers automatisch steun aan Poetin betekent.
In het eerdere artikel Europa op hellend vlak: EU negeert Russisch voorstel over veiligheid schreef Nieuwsfeiten al over de gevaarlijke richting waarin de verhoudingen tussen Europa en Rusland zich ontwikkelen. Je hoeft het Kremlin niet te vertrouwen om te beseffen dat een voortdurende opeenstapeling van dreigementen en beschuldigingen de ruimte voor diplomatie kleiner maakt.
Dat Rusland zelf verantwoordelijkheid draagt voor de oorlog in Oekraïne, verandert niets aan de verplichting van westerse leiders om verstandig te handelen. Juist wanneer de tegenstander onbetrouwbaar is, moet je voorkomen dat je eigen geloofwaardigheid ter discussie komt te staan.
Waarom wordt de NAVO zo weinig tegengesproken?
Ik vraag me af hoe de Nederlandse media zouden reageren wanneer Vladimir Poetin zijn bondgenoten zou oproepen om NAVO-landen publiekelijk verantwoordelijk te houden voor incidenten waarvan zij bijna zeker weten dat het Westen erachter zit.
De eis om bewijs zou terecht luid klinken. Iedere Russische beschuldiging zou kritisch worden bekeken en iedere onduidelijkheid zou aanleiding zijn voor nieuwe vragen.
Diezelfde journalistieke achterdocht mis ik wanneer Rutte spreekt.
Een journalist hoeft de NAVO niet vijandig te benaderen om een simpele vraag te stellen: hoe wordt vastgesteld dat een lidstaat bijna zeker is van Russische betrokkenheid? En wie controleert dat voordat de beschuldiging publiekelijk wordt uitgesproken?
Dat is het soort journalistiek dat ik verwacht. Niet het gedachteloos doorgeven van verklaringen omdat ze afkomstig zijn van de organisatie die geacht wordt ons te beschermen.
Nieuwsfeiten besteedde eerder aandacht aan die houding in De journalistiek is geen waakhond meer, maar een ideologische regiekamer. Wie macht wil controleren, kan niet bij de grens van het NAVO-hoofdkwartier ophouden met vragen stellen.
Ik beweer niet dat Estland Rusland ten onrechte heeft beschuldigd. Daarvoor zou ik de onderliggende informatie moeten kennen. Precies daarom verbaast het mij dat Rutte zo gemakkelijk zijn instemming uitspreekt. Hij mag over informatie beschikken die wij niet hebben, maar dat maakt zijn publieke optreden niet onaantastbaar.
Een bondgenootschap moet zijn woorden wegen
De NAVO zegt de veiligheid van haar lidstaten te willen beschermen. Dat is haar opdracht. Maar veiligheid wordt niet uitsluitend bepaald door hoeveel wapens een bondgenootschap bezit. Ook de manier waarop zijn leiders omgaan met verdenkingen kan de internationale verhoudingen beïnvloeden.
Wanneer Rutte een publieke beschuldiging toejuicht omdat die past binnen een afschrikkingsstrategie, wil ik weten of de feiten nog altijd vooropstaan. Niet omdat Rusland recht heeft op een vriendelijke behandeling, maar omdat Europese burgers recht hebben op bestuurders die het verschil tussen een verdenking en een bewezen gebeurtenis serieus nemen.
Rutte heeft gezegd dat hij de Estse aanpak toejuicht. Ik had liever gehoord dat hij haar zorgvuldig had laten toetsen.
Dat zou mij aanzienlijk meer vertrouwen hebben gegeven in de man die tegenwoordig namens de NAVO spreekt.
Lees ook Trump belt Poetin voor diesel, D66 mag de rekening aan Europa uitleggen, over de tegenstelling tussen Washington en Brussel.
Door Lars Morgenstern
Bron: NAVO, gezamenlijke persconferentie van 29 september 2026.
