De laatste 9 kilometer door Nederland werden één grote ellende
3751 kilometer ging het goed.
Door Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Italië reden we zonder noemenswaardige problemen.
Tijdens de hele reis bleef de lucht gewoon normaal.
Van zure regen hadden we evenmin last.
Zelfs een schreeuwende windmolen vanuit de berm bleef ons onderweg bespaard.
Zelfs de auto bleef heel.
Toen kwamen we bij Nederland.
3751 kilometer achter de rug, de laatste 9 kilometer veranderden onze ontspannen terugreis in een combinatie van een verkeersproef, klimaatexperiment en maatschappelijk opvangproject.
Nederland: de laatste 9 kilometer van de beschaving
Vanaf de grens begon de ellende.
Op de linkerbaan zagen we auto’s zonder lak rijden. Het leek alsof ze rechtstreeks uit een industriële bak zoutzuur waren gekomen.
Onze eerste gedachte was nog optimistisch.
Misschien was het mist.
Dat bleek niet zo te zijn.
Ongeveer twee kilometer voor de grens zagen we de zon verdwijnen.
Een zonsverduistering?
Nee.
De stikstofwolk.
Gitzwart hing hij boven Nederland.
In Duitsland was niets te zien. Daar konden we gewoon ademhalen. Zodra Nederland in beeld kwam, veranderde de lucht kennelijk in een verboden chemische substantie.
We haalden nog één keer diep adem.
Dat was achteraf verstandig.
Na het passeren van de grens was frisse lucht namelijk ineens een schaars goed.
De stikstof voelde alsof we met ons busje door een gigantische bak griesmeelpudding reden.
De airbags schoten spontaan in standje skippybal.
Sterretjes verschenen op de voorruit. Gordon zou er chronisch bronstig van worden.
Onze luifel kreeg het eveneens benauwd en besloot zelfstandig afscheid te nemen.
Daarna begon het echte Nederlandse avontuur.
Rijden bleek namelijk ook niet meer vanzelfsprekend.
Mensen zaten vastgeplakt op de weg.
Fietsers kwamen van alle kanten.
Fatbikes doken op alsof iemand ze met een luchtkanon had afgeschoten.
Ik dacht altijd dat voetgangers niet zomaar op de rijbaan mochten lopen.
Blijkbaar was dat een ouderwetse gedachte.
We ontweken de ene voetganger na de andere. Vervolgens kwam er weer een fietser. Daarna een fatbike. Daarna iemand die midden op straat stond alsof hij daar persoonlijk een parkeerplaats had geclaimd.
Een verkeersbord met ‘verboden voor voetgangers’ stond ondertussen werkloos toe te kijken.
Het bord had duidelijk geen ambities meer.
Van verkeerschaos naar woningnood
Na deze Nederlandse hindernisbaan kwamen we overal mensen tegen die over straat zwierven.
Vluchtelingen zwierven tussen de auto’s door.
Jongeren zwierven eveneens rond, maar die hadden een ander probleem.
Geen huis.
Dat is natuurlijk vervelend wanneer je in Nederland woont.
Je kunt dan eindeloos zoeken naar een woning, terwijl de woningmarkt ondertussen vooral lijkt te functioneren als een wachtkamer zonder deur.
Nieuwsfeiten schreef eerder over de woningnood en jongeren die thuis blijven wonen.
Daar valt weinig aan te lachen.
Behalve misschien wanneer je bedenkt dat Nederland inmiddels zoveel problemen heeft dat zelfs de woningzoekende jongere onderdeel van een satirisch vakantierelaas wordt.
De werkelijkheid blijft ondertussen keihard.
Er zijn te weinig betaalbare woningen.
De wachtlijsten blijven bestaan.
En politiek Nederland heeft vooral veel verklaringen.
Ondertussen draait de asielmachine gewoon door
Verderop kregen we opnieuw het gevoel dat Nederland één groot maatschappelijk experiment was geworden.
Opvanglocaties.
Overvolle voorzieningen.
En ondertussen burgers die zich afvragen wanneer het beleid eindelijk eens bij hun voordeur arriveert.
Dat onderwerp is inmiddels zo groot geworden dat Nieuwsfeiten er eerder uitgebreid over schreef in Asielbeleid en sociale media.
Ook Ter Apel en de veiligheid rond de opvangcrisis laat zien hoe ingewikkeld de werkelijkheid inmiddels is geworden.
Wij hadden echter geen tijd voor een beleidsanalyse.
Wij wilden alleen naar huis.
Dat bleek ambitieus.
En toen kwamen de windmolens
Alsof de stikstofwolk en de verkeerschaos nog niet genoeg waren, begonnen de windmolens zich ermee te bemoeien.
Overal stonden die dingen.
En allemaal maakten ze hetzelfde geluid.
Het leek alsof honderden gigantische elektrische ventilatoren gezamenlijk besloten hadden om Nederland permanent van achtergrondmuziek te voorzien.
Wie beweert dat windmolens stil zijn, heeft waarschijnlijk nog nooit geprobeerd ernaast een gesprek te voeren.
Nieuwsfeiten schreef eerder over windmolens op zee en de impact van deze groene industrie.
Ook Klimaatpraat behandelt de merkwaardige manier waarop ieder Nederlands probleem tegenwoordig een klimaatetiket krijgt.
Wij hadden inmiddels maar één doel.
Weg hier.
Nog even tanken en dan verdwijnen
We besloten nog één keer te tanken.
Dat bleek financieel gezien een tweede vergissing.
De benzineprijs stond daar alsof we geen brandstof kwamen kopen, maar een aandeel in een oliemaatschappij.
Onze portemonnee keek naar de pomp.
De pomp keek terug.
Niemand zei iets.
De tank was vol.
Wij waren leeg.
Nieuwsfeiten schreef al eerder over benzine en belastingpolitiek.
Daarin wordt precies beschreven hoe brandstof steeds meer een beleidsinstrument lijkt te worden.
Na het afrekenen begrepen we het.
Je koopt tegenwoordig geen benzine meer.
Je financiert een politiek experiment met een slang eraan.
En ergens zagen we Zelensky waarschijnlijk glimlachen.
De benzineprijs omhoog?
Nog meer geld.
Wij zagen vooral onze bankrekening omlaag gaan.
Nederland uit voordat er nog meer gebeurt
Boven Nederland hing nog altijd die loodzware lucht.
Verderop bleven de windmolens onverstoorbaar zoemen.
Van de vermeende stikstofwolk leek voorlopig ook niemand af te komen.
Mensen bleven over straat zwerven.
Jongeren bleven woningen zoeken.
De benzine bleef duur.
En wij stonden daar met een busje dat 3751 kilometer probleemloos door Europa had gereden.
Toen moesten we nog negen kilometer Nederland overleven.
Starten.
Gas erop.
Wegwezen.
Bij de grens was de lucht ineens weer normaal.
Het busje bleef blauw.
De bekleding stopte met smelten.
De airbags kwamen weer tot rust.
Zelfs onze ademhaling normaliseerde.
3751 kilometer door Europa zonder problemen.
Negen kilometer Nederland en we hadden een natuurkundige ramp, een verkeerschaos, een woningcrisis, een migratievraagstuk, een energiebeleid en een benzinecrisis meegemaakt.
Volgend jaar blijven we langer in Italië.
Daar kun je tenminste gewoon rijden.
Geen stikstofpudding meer om doorheen te rijden.
De zingende windmolens bleven gelukkig achter ons.
Ook de mensen die midden op de weg stonden, waren we eindelijk kwijt.
En vooral zonder dat je voor iedere liter benzine het gevoel krijgt dat je persoonlijk de Europese geopolitiek financiert.
Kutboeren.
Jullie kregen natuurlijk weer de schuld.