Ter Apel ontmaskert de Haagse droom: spreiden zonder controle is vragen om problemen
Als zelfs een minister niet gewoon naar een opvanglocatie kan
Ter Apel en veiligheid:- Ter Apel is allang geen incident meer. Het is het symbool geworden van een overheid die jarenlang waarschuwde voor problemen, maar vervolgens vooral doorging met hetzelfde beleid.
Rond het aanmeldcentrum stapelen de berichten over agressie, geweld en spanningen zich op. De Telegraaf schetste een grimmig beeld met de veelzeggende kop: “Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’.”
Dat soort berichten zouden in Den Haag niet moeten worden weggewuifd als “verharding van het debat”. Het gaat over de veiligheid van inwoners, medewerkers, vrijwilligers en ook van de mensen die in de opvang verblijven.
Het meest pijnlijke signaal is misschien wel dat zelfs bestuurders rekening moeten houden met de veiligheidssituatie voordat zij een locatie bezoeken. Als een ministeriële delegatie niet zomaar ergens kan verschijnen, moet iedere bestuurder zich afvragen hoe groot de afstand inmiddels is geworden tussen beleid op papier en werkelijkheid op straat.
De Haagse oplossing: problemen verdelen over Nederland
En wat is het antwoord van Den Haag?
De spreidingswet.
Het idee is simpel: verdeel opvanglocaties over meer gemeenten en het probleem wordt beter beheersbaar.
Maar een probleem dat ontstaat door gebrek aan toezicht, capaciteit en handhaving verdwijnt niet doordat je het over meer plaatsen verspreidt.
Een lekkende waterleiding los je ook niet op door meer emmers neer te zetten.
Gemeenten krijgen een enorme verantwoordelijkheid, terwijl veel inwoners zich afvragen of er wel voldoende wordt gekeken naar de gevolgen voor veiligheid en leefbaarheid.
Draagvlak ontstaat niet door mensen weg te zetten als tegenstanders van opvang. Draagvlak ontstaat wanneer burgers vertrouwen hebben dat de overheid de controle houdt.
Hulporganisaties trekken zich terug: een alarmsignaal dat Den Haag niet kan negeren
Ter Apel en veiligheid:- Het is veelzeggend wanneer organisaties die juist hulp willen bieden, zoals het Rode Kruis en VluchtelingenWerk, aangeven dat veiligheid rond een locatie een probleem vormt.
Deze organisaties werken wereldwijd op plekken waar de omstandigheden zwaar zijn. Wanneer zelfs daar grenzen worden bereikt, hoort dat geen politieke bijzaak te zijn.
Het zou een wake-upcall moeten zijn.
Niet alleen voor inwoners van Ter Apel, maar voor heel Nederland.
Want wie opvang organiseert zonder voldoende toezicht, begeleiding en handhaving creëert een situatie waarin niemand uiteindelijk wint.
Kritiek wordt te snel weggezet als extreemrechts
Een van de grootste problemen in het debat is dat terechte zorgen van inwoners te vaak direct worden voorzien van een politiek etiket.
Wie vraagt of een wijk, dorp of gemeente de gevolgen van grote veranderingen aankan, wordt soms behandeld alsof hij geen medemenselijkheid heeft.
Dat is een makkelijke manier om een discussie te beëindigen.
Maar veiligheid is geen links of rechts onderwerp.
Een ouder die zich zorgen maakt over de veiligheid van zijn kinderen, vraagt geen ideologisch debat. Die vraagt om een overheid die haar eerste taak serieus neemt: bescherming bieden aan haar burgers.
Verantwoordelijkheid nemen in plaats van wegkijken
Ter Apel en veiligheid:- Nederland heeft een verantwoordelijkheid om mensen op te vangen die bescherming nodig hebben. Maar daar hoort ook een tweede verantwoordelijkheid bij: zorgen dat opvanglocaties beheersbaar, veilig en gedragen blijven.
Een overheid die steeds meer mensen opvangt zonder eerst de randvoorwaarden op orde te brengen, ondergraaft uiteindelijk het draagvlak voor het hele systeem.
Ter Apel laat zien wat er gebeurt wanneer beleid wordt gemaakt vanuit cijfers en plannen, terwijl de praktijk wordt ervaren door mensen die er wonen en werken.
De vraag is daarom niet alleen hoeveel opvang Nederland aankan.
De vraag is hoeveel vertrouwen de overheid nog overhoudt wanneer burgers het gevoel krijgen dat hun veiligheid pas aandacht krijgt nadat het misgaat.
Door: Martijn van der Zwaan
Meer verrijking.