Rellen Parijs: de NOS spreekt over studenten, maar wie zijn de relschoppers?

Door Martijn van der Zwaan

Frankrijk werd zaterdag wakker geschud door massale demonstraties die in verschillende steden uitmondden in geweld. Winkels werden geplunderd, auto’s gingen in vlammen op en het historische stadhuis van Limoges werd grotendeels verwoest. De volgende ochtend stonden ondernemers tussen de glasscherven terwijl politici elkaar verdrongen om hun afschuw uit te spreken. Wie het nieuws volgde, kreeg uitvoerig te horen waarom honderdduizenden Fransen de straat op waren gegaan. Maar de vraag wie de gewelddadige groepen vormden, verdient minstens zoveel aandacht.

Die schoolkinderen zijn ongelooflijk georganiseerd. Het Franse onderwijssysteem doet vast goed werk.

De NOS berichtte uitgebreid over de rellen. De publieke omroep noemde brandstichting, plunderingen en het geweld tegen politieagenten, en beschreef ook wat de Franse autoriteiten over de daders bekendmaakten. Wie beweert dat de NOS dit allemaal verzweeg, heeft kennelijk meer tijd besteed aan het vervloeken van de omroep dan aan het lezen van haar artikelen.

Macron geniet intussen van het concert van Celine Dion terwijl Frankrijk in brand staat.(hier)

Daarmee is de journalistieke discussie niet afgelopen. Het doorgeven van verklaringen van ministers en politiefunctionarissen is nuttig, maar de meerwaarde van onafhankelijke journalistiek ligt juist in het controleren van die verklaringen. Wie organiseerde het geweld? Welke groepen gebruikten de demonstraties als dekmantel? En wat blijkt uit het onderzoek naar de duizenden arrestaties?

Dat zijn geen vragen die je kunt beantwoorden met een uitleg over het Franse lerarentekort.

Rellen Parijs: een demonstratie is geen vrijbrief voor vernieling

Op 17 oktober gingen volgens de NOS honderdduizenden mensen op meer dan honderd plaatsen in Frankrijk de straat op. Ze protesteerden tegen het regeringsbeleid, de toestand van het onderwijs en de stijgende kosten van levensonderhoud.

Het overgrote deel van de demonstranten gedroeg zich vreedzaam. Dat onderscheid is belangrijk. Wie een spandoek draagt omdat de school van zijn kinderen uit elkaar valt, hoort niet op één hoop te worden gegooid met iemand die een winkelruit inslaat.

Alleen is het omgekeerde net zo waar. Wie een winkel plundert, wordt niet plotseling een maatschappelijk betrokken activist omdat een paar straten verderop iemand protesteert tegen de hoge boodschappenprijzen.

In Parijs werden winkels en een McDonald’s bestormd. In Lyon stichtten gemaskerde relschoppers brand bij het toerismebureau. Elders drongen groepen gemeentehuizen binnen, werden auto’s vernield en raakten politiemensen gewond. De NOS meldde deze gebeurtenissen al op 17 oktober.

Een dag later beschreef de omroep de omvang van de verwoestingen. Volgens de toenmalige voorlopige cijfers van de Franse minister van Binnenlandse Zaken waren ongeveer tweeduizend mensen opgepakt en raakten honderden hulpverleners gewond.

Dat zijn aantallen waarbij het woord incidenten wel erg bescheiden begint te klinken.

Het merkwaardige is dat de maatschappelijke verklaring voor een demonstratie vaak aanzienlijk gemakkelijker beschikbaar is dan een overtuigend antwoord op de vraag wie het geweld pleegt. We kennen de klachten van scholieren, de eisen van vakbonden en de frustraties over het regeringsbeleid. Over de precieze samenstelling en organisatie van de gewelddadige groepen moet het justitiële onderzoek meer duidelijkheid geven.

Daar zou de journalistieke belangstelling zich nu nadrukkelijk op mogen richten.

Een onderneemster tegenover de plunderaars

Op Facebook circuleert een video waarop volgens de verspreiders een onderneemster probeert haar winkel te beschermen tegen een groep die de zaak zou willen plunderen.

Bekijk de Facebook-video van de vermeende winkelplundering

De oorspronkelijke opnamedatum en locatie van deze video zijn niet onafhankelijk vastgesteld. Daarom kan het filmpje niet zonder meer worden gekoppeld aan de Franse protesten van 17 oktober. Ook zegt het uiterlijk van de betrokken personen niets betrouwbaars over hun nationaliteit of verblijfsstatus.

De beelden illustreren wel waarom plunderingen zoveel woede oproepen. Een ondernemer die jarenlang heeft gewerkt om een zaak op te bouwen, kan in korte tijd geconfronteerd worden met een schadepost waarvoor geen enkele politieke verklaring een fatsoenlijke compensatie vormt.

De NOS berichtte op 18 oktober over talloze geplunderde winkels, variërend van kleine supermarkten tot luxezaken.

Voor de getroffen winkeliers is het ongetwijfeld interessant om te horen dat Frankrijk kampt met sociale ongelijkheid. Alleen kun je van maatschappelijke onvrede geen nieuwe winkelpui bestellen.

De daders moeten worden opgespoord en vervolgd. Dat zou een minder ingewikkelde politieke discussie moeten zijn dan ze soms wordt gemaakt.

Limoges: een historisch stadhuis in vlammen

In Limoges werd het historische stadhuis tijdens de ongeregeldheden in brand gestoken. Het negentiende-eeuwse gebouw raakte grotendeels verwoest. De torenspits overleefde de brand niet en de brandweer moest de volgende ochtend nog smeulende resten blussen.

De NOS berichtte op 18 oktober over de verwoesting. Volgens de omroep was het vuur door relschoppers aangestoken. Het gebouw dateert uit 1883.

Op Facebook wordt daarnaast een video verspreid die volgens de begeleidende tekst de brand zou tonen.

Bekijk de Facebook-video die aan de brand in Limoges wordt toegeschreven

De oorspronkelijke herkomst van deze opname is niet onafhankelijk vastgesteld. De brand zelf en de omvangrijke schade zijn wel gedocumenteerd.

Een historisch stadhuis verwoesten omdat je ontevreden bent over de regering blijft een buitengewoon eigenaardige vorm van politieke inspraak. Het Franse onderwijs wordt er niet beter van en de kosten van levensonderhoud dalen er evenmin door. De rekening komt uiteindelijk terecht bij de belastingbetaler, die vermoedelijk al genoeg redenen had om ontevreden te zijn.

Wie een monument in brand steekt, heeft het recht op demonstratie ingeruild voor een misdrijf. De politieke achtergrond verandert daar niets aan.

Dat mag best nadrukkelijk worden vastgesteld, zonder eerst een sociologisch proefschrift over de persoonlijke omstandigheden van de brandstichter te bestellen.

Wat de NOS wél meldde over de daders

De NOS verdient op één punt nadrukkelijk gelijk. De omroep heeft niet alleen het geweld beschreven, maar ook gemeld dat Franse autoriteiten onderzoek doen naar de organisatie achter de gewelddadige groepen.

In haar artikel van 18 oktober schreef de NOS dat de politie nog bezig was meer daders te identificeren. Ook vermeldde zij dat de Franse justitie onderzoekt of groepen planmatig te werk gingen.

Eerdere berichtgeving besteedde bovendien aandacht aan de politieke spanningen rond de protestbeweging. Zo beschreef de NOS op 2 oktober kritiek op de radicaal-linkse partij La France insoumise, waarvan politici door tegenstanders werden beschuldigd de protesten aan te wakkeren.

Die berichtgeving maakt duidelijk dat de NOS niet uitsluitend een romantisch verhaal over onschuldige scholieren heeft verteld.

Mijn kritiek is daarom specifieker.

Een publieke omroep die de verklaringen van de Franse autoriteiten doorgeeft, kan vervolgens proberen vast te stellen wat daarvan daadwerkelijk klopt. Zijn er herkenbare organisaties betrokken? Welke rol speelden groepen die zich bewust onder vreedzame demonstranten mengden? Wat blijkt uit politiedossiers, gerechtelijke procedures en onafhankelijk onderzoek?

Dat zulke antwoorden op 18 oktober nog niet allemaal beschikbaar zijn, is begrijpelijk. Een onderzoek naar duizenden arrestaties is geen klus die een verslaggever tijdens zijn lunchpauze afhandelt.

Maar de vraag is of de NOS haar publiek in de komende dagen ook meeneemt in dat vervolgonderzoek, in plaats van uitsluitend de politieke verklaringen van de gebeurtenissen te blijven herhalen.

Het verschil tussen verslaggeving en journalistiek onderzoek zit soms precies daar.

De kop over scholierenprotesten kwam van 2 oktober

Ook over een eerdere NOS-kop moet iets worden rechtgezet.

Op 2 oktober publiceerde de omroep het artikel ‘Zo’n 400 Franse scholen dicht, vanwege onrust rond scholierenprotesten’.

Dat artikel ging over de toenmalige schoolprotesten en de sluiting van honderden onderwijsinstellingen. Het was geen verslag van de rellen op 17 oktober. De kop presenteren alsof de NOS daarmee de latere plunderingen en brandstichtingen omschreef, zou dus onjuist zijn.

Sterker nog, het artikel van 2 oktober benoemde al geweld, arrestaties en brandstichting bij scholen. De NOS vermeldde zelfs dat de Franse minister van Justitie vraagtekens zette bij de betrokkenheid van scholieren bij sommige incidenten.

Dat neemt niet weg dat journalistieke woordkeuze belangrijk blijft. Wie een protestbeweging voornamelijk vanuit haar oorspronkelijke eisen beschrijft, kan onbedoeld een beeld oproepen waarin latere gewelddadigheden vooral als uitwassen van begrijpelijke maatschappelijke woede worden gezien.

Dat is een legitiem onderwerp voor mediakritiek, maar dan moet je de juiste artikelen en data naast elkaar leggen.

Nieuwsfeiten stelde eerder vragen over de berichtgeving in Frankrijk staat in brand, maar bij NOS heet het ‘onrust rond scholierenprotesten’ en Bij de NPO blijven het studenten, zelfs als Frankrijk in brand staat.

Ook die kritiek verdient een nauwkeurige vergelijking met wat de NOS werkelijk publiceerde. Anders krijgt de publieke omroep terecht de gelegenheid om te wijzen op fouten van haar critici, terwijl de inhoudelijke discussie over journalistieke keuzes ondergesneeuwd raakt.

Wie zijn de relschoppers eigenlijk?

Op sociale media wordt bij stedelijk geweld in Frankrijk al snel gesproken over migratie en afkomst. Sommige mensen menen op videobeelden te kunnen zien waar relschoppers vandaan komen. Anderen willen de vraag naar achtergrond en identiteit het liefst helemaal vermijden.

Beide benaderingen schieten tekort.

De Franse autoriteiten hebben in de aangehaalde berichtgeving geen onderbouwd verband gelegd tussen immigranten als groep en de rellen van 17 oktober. Zij wijzen op gewelddadige radicale groepen, plunderaars en mogelijk georganiseerde daders.

Daaruit volgt niet dat migratie de oorzaak van deze rellen is.

Wie dat toch beweert zonder aanvullend bewijs, verwart zijn politieke overtuiging met een onderzoeksresultaat. Dat is een tamelijk ongelukkige gewoonte wanneer je anderen juist verwijt dat ze de werkelijkheid door een ideologische bril bekijken.

Maar de tegenovergestelde opvatting, dat de afkomst of achtergrond van verdachten onder geen enkele omstandigheid relevant mag zijn, is evenmin houdbaar.

Wanneer onderzoek een aantoonbaar verband blootlegt tussen bepaalde vormen van criminaliteit en specifieke maatschappelijke omstandigheden, behoort journalistiek daarover te kunnen berichten. Niet om hele bevolkingsgroepen verantwoordelijk te maken, maar om te begrijpen welke problemen bestaan en welke maatregelen werken.

Hetzelfde geldt wanneer onderzoek géén verband aantoont. Dan moet dat eveneens worden gezegd.

De identiteit van een verdachte mag geen taboe zijn, maar evenmin een invuloefening voor mensen die hun conclusie al klaar hebben voordat het onderzoek begonnen is.

Het paard van Troje van de Europese bestuurders

De rellen in Frankrijk zijn geen bewijs voor een mislukt migratiebeleid. Wie ze daarvoor wil gebruiken, moet eerst aantonen dat er daadwerkelijk een verband bestaat. Dat ontbreekt in de hier gecontroleerde berichtgeving.

Maar daarmee is de bredere discussie over integratie, veiligheid en de verantwoordelijkheid van Europese bestuurders niet verdwenen.

Frankrijk kent al decennialang problemen rond sociale segregatie, achterstandswijken en spanningen tussen burgers en overheid. De oorzaken daarvan zijn ingewikkeld en laten zich niet verklaren met één politieke slogan.

Juist daarom is het merkwaardig hoe gemakkelijk bestuurders soms doen alsof grote maatschappelijke veranderingen vanzelf beheersbaar blijven, zolang er maar voldoende overlegtafels, subsidies en beleidsprogramma’s beschikbaar zijn.

Het paard van Troje is in deze vergelijking geen bevolkingsgroep. Het is het bestuurlijke zelfvertrouwen waarmee politieke leiders problemen jarenlang kleiner kunnen voorstellen dan ze zijn, om vervolgens geschokt te reageren wanneer de werkelijkheid zich niet aan hun verwachtingen houdt.

Nederland kent eveneens stevige discussies over de gevolgen van beleidskeuzes. Nieuwsfeiten schreef eerder over de opvangcrisis en de veiligheid rond Ter Apel en over de woningnood en de positie van statushouders.

Die kwesties staan los van de vraag wie in Parijs winkels plunderde. Ze maken wel duidelijk waarom burgers verwachten dat politici eerlijk spreken over de praktische gevolgen van hun beleid.

Goede bedoelingen zijn geen garantie voor goede resultaten. Wie daar na jaren bestuur nog steeds van opkijkt, heeft mogelijk iets te lang naar zijn eigen persvoorlichter geluisterd.

De NOS is geen porseleinen erfstuk

De publieke omroep hoeft niet dezelfde politieke opvattingen te hebben als Nieuwsfeiten. Dat zou bovendien een tamelijk saaie situatie opleveren, met redacties die elkaar uitsluitend nog complimenten sturen over hun voortreffelijke onafhankelijkheid.

Maar de NOS moet wel stevige kritiek kunnen verdragen.

De omroep wordt immers mede uit publieke middelen betaald en heeft een belangrijke rol in de Nederlandse nieuwsvoorziening. Juist daarom mag van haar worden verwacht dat zij de verklaringen van autoriteiten controleert, verschillende perspectieven onderzoekt en ook vragen stelt die politiek gevoelig liggen.

In het geval van de Franse rellen heeft de NOS aantoonbaar verslag gedaan van het geweld en de schade. Ze heeft gemeld wat de autoriteiten over de betrokken groepen zeggen en dat er onderzoek naar de organisatie achter de rellen loopt.

De volgende journalistieke uitdaging is duidelijk: wat komt uit dat onderzoek naar voren?

Welke verdachten worden vervolgd? Welke groepen blijken betrokken? Waren er aanwijzingen voor vooraf georganiseerde plunderingen? En wat zeggen de uitkomsten over de veiligheid in Franse steden?

Dat zijn vragen die ook gesteld moeten worden wanneer de antwoorden niet passen bij het verhaal van de Franse regering, de demonstranten of de politieke oppositie.

Nieuwsfeiten schreef eerder over de journalistiek als waakhond of ideologische regiekamer. De essentie van die kritiek blijft overeind: een nieuwsorganisatie moet niet alleen vertellen wat er gebeurt, maar ook zichtbaar maken waarom zij bepaalde feiten belangrijk vindt en andere minder nadrukkelijk behandelt.

De NOS heeft geen vrijstelling van kritiek omdat zij zichzelf onafhankelijk noemt. Onafhankelijkheid is geen eretitel die je bij de ingang van het Mediapark ontvangt. Ze moet blijken uit het journalistieke werk.

Wat de slachtoffers werkelijk nodig hebben

De Franse winkeliers die hun zaken beschadigd zagen worden, hebben weinig aan een politieke woordenstrijd over de juiste omschrijving van relschoppers. Zij willen hun schade vergoed krijgen en weten dat de verantwoordelijken worden aangepakt.

De inwoners van Limoges willen hun historische stadhuis terug. De politieagenten die gewond raakten, verdienen dat geweld tegen hulpverleners serieus wordt genomen. En de vreedzame demonstranten mogen verwachten dat hun legitieme eisen niet verdwijnen achter de vernielingen van groepen die andere bedoelingen hebben.

Voor de journalistiek ligt er een duidelijke taak: blijf de daders, hun motieven en de resultaten van het onderzoek volgen.

De NOS heeft het geweld niet verzwegen. Dat staat vast. Maar het publiek mag meer verlangen dan een overzicht van de schade en een verklaring van de autoriteiten. Het mag verwachten dat de nieuwsgierigheid van journalisten niet ophoudt zodra de persconferentie is afgelopen.

Want wie vertrouwen vraagt, moet bereid zijn om door te zoeken wanneer de eerste antwoorden nog onvoldoende zijn.

En anders blijft er voor sommige kijkers een nogal pijnlijke vergelijking over.

Honden krijgen meer informatie wanneer ze aan het achterwerk van een andere hond ruiken dan sommige mensen wanneer ze naar de NOS kijken.

Sources:


Dit artikel is een opiniestuk van Martijn van der Zwaan. De genoemde Facebook-video’s zijn niet onafhankelijk geverifieerd. Er worden geen conclusies over de afkomst of verblijfsstatus van betrokkenen aan verbonden.

Volg Nieuwsfeiten: X | Bluesky

Luister via Florida Radio Rotterdam

Advertentie
Elektronica bij bol.com
Advertentie
Elektronica bij bol.com
Beluister meer meningen op Florida radio rotterdam.