13 oktober 2026 | Opinie | Door Sanne van Rijn
De stikstofneerslag in Nederland is tussen 2005 en 2024 volgens het RIVM met ongeveer 29 procent gedaald. De overschrijding van de kritische depositiewaarde nam zelfs met 53 procent af. Dat zijn cijfers die je in Den Haag met enige tevredenheid zou verwachten. Maar de politieke boodschap blijft vooral dat het niet genoeg is en dat Nederland nog altijd vastzit in een stikstofcrisis.
Dat de problemen niet zijn verdwenen, is duidelijk. Volgens het RIVM ligt de stikstofbelasting op veel kwetsbare natuur nog boven de risicogrens. Maar als een probleem aantoonbaar kleiner wordt, mag de politiek ook uitleggen wanneer burgers en bedrijven daarvan iets gaan merken.
Stikstof daalt met 29 procent: waarom blijft Nederland op slot?
Volgens de cijfers van het RIVM is de stikstofneerslag sinds 2005 sterk afgenomen. In 2024 lag ongeveer 31 procent van het stikstofgevoelige natuurareaal onder de kritische depositiewaarde. Het wettelijke doel voor 2025 was 40 procent. Dat doel is dus nog niet bereikt. Maar daarmee zijn de verbeteringen niet ineens betekenisloos.
Het wringt dat een daling van bijna een derde in het politieke debat nauwelijks tot een nieuwe afweging lijkt te leiden. Waarom worden bestaande maatregelen niet systematisch opnieuw getoetst op hun effect? Waarom krijgen boeren en ondernemers zo weinig zicht op wat de geboekte vooruitgang concreet betekent?
D66 houdt van wetenschap, maar hoe zit het met afwijkende inzichten?
Jan Paternotte heeft in de Tweede Kamer gezegd dat hij een liefhebber van de wetenschap is. Hij bleef ook achter de beeldspraak staan dat stikstof als een verstikkende deken over de natuur ligt, waardoor die langzaam afsterft. Die uitspraak klinkt indrukwekkend. Maar wetenschap verdient een nauwkeuriger discussie dan één pakkende metafoor.
Juist daarom is de geschiedenis van Han Lindeboom interessant. De emeritus hoogleraar, die onderzoek deed naar stikstof en binnen D66 actief was, maakte deel uit van een kritische focusgroep over het stikstofbeleid. Volgens Lindeboom probeerde toenmalig D66-Kamerlid Tjeerd de Groot publicatie van de bevindingen tegen te houden. Nadat het rapport aan Kamerleden was gestuurd, mocht de groep volgens Lindeboom de naam D66 niet meer gebruiken.
Dat is zijn lezing van de gebeurtenissen, niet een onafhankelijk vastgesteld bewijs dat de partij een wetenschapper het zwijgen heeft opgelegd. Lindeboom is ook niet aantoonbaar persoonlijk uit de partij gezet. Maar de vraag blijft staan: waarom zou een partij die wetenschap zo hoog in het vaandel heeft, zo moeizaam omgaan met een kritisch rapport uit eigen kring?
Lindeboom heeft niet automatisch gelijk omdat hij hoogleraar is. Zijn conclusies verdienen dezelfde kritische toets als die van het RIVM. Alleen geldt dat principe ook andersom. Wetenschappelijke inzichten worden niet minder relevant omdat ze een partijpolitieke koers ongemakkelijk maken.
Een grenswaarde is geen foto van de natuur
De kritische depositiewaarde geeft aan wanneer een verhoogd risico op schade aan stikstofgevoelige natuur bestaat. Het is een wetenschappelijk onderbouwde indicator, geen rechtstreekse vaststelling dat een specifiek gebied op dat moment aan het afsterven is. Voor de daadwerkelijke toestand van de natuur zijn ook veldonderzoek en andere factoren van belang, zoals waterhuishouding en beheer.
Wie dat onderscheid benoemt, ontkent de stikstofproblematiek niet. Het is juist een reden om de uitkomsten van modellen naast de werkelijkheid te blijven leggen. Daarover schreef Nieuwsfeiten eerder in Stikstofproblematiek: feiten versus politiek en in het artikel over de stikstofdiscussie rond IJstad en D66.
Boeren dragen de gevolgen van politieke onzekerheid
Voor boeren gaat dit niet over een abstract percentage. Het gaat over de toekomst van hun bedrijf. Nieuwsfeiten besteedde eerder aandacht aan de gevolgen van stikstofmaatregelen voor Nederlandse boeren. Wanneer de belasting van de natuur al jarenlang daalt, mogen zij verwachten dat de overheid helder uitlegt waarom aanvullende beperkingen nodig zijn en wat die daadwerkelijk opleveren.
Dat is geen pleidooi om natuurregels zomaar af te schaffen. Het is een pleidooi voor evenredigheid. Een maatregel die ingrijpt in iemands bestaan moet meer kunnen steunen op een algemene verwijzing naar de stikstofcrisis.
Ook woningzoekenden hebben belang bij een werkbare aanpak
De stikstofregels spelen eveneens een rol bij de vergunningverlening voor bouwprojecten. Ze zijn niet de enige oorzaak van de woningnood. Financiering, personeel en het overvolle stroomnet vertragen de bouw ook. Maar in een land waar jongeren jarenlang wachten op woonruimte is iedere onnodige blokkade er één te veel. Over die schaarste schreef Nieuwsfeiten onlangs in Woningnood in Nederland.
De vraag moet daarom zijn hoe natuurherstel en nieuwe woningen verantwoord samen mogelijk worden gemaakt. Een politiek die alleen uitlegt wat niet kan, is nog geen oplossing.
Wanneer is vooruitgang eindelijk aanleiding om beleid te herzien?
De cijfers van het RIVM bewijzen niet dat de natuurproblemen zijn opgelost. Ze bewijzen wel dat de stikstofneerslag fors is verminderd. Wie dat tweede gegeven voortdurend ondergeschikt maakt aan het eerste, loopt het risico dat beleid een doel op zichzelf wordt.
De kwestie-Lindeboom maakt duidelijk waarom een open wetenschappelijk debat belangrijk is. Paternotte mag zich een liefhebber van de wetenschap noemen. Dan hoort daar ook de bereidheid bij om kritische wetenschappers serieus te nemen, zelfs wanneer hun conclusies politiek niet uitkomen.
Wat mij betreft is de belangrijkste vraag inmiddels niet óf Nederland de natuur moet beschermen, maar waarom aantoonbare verbetering zo weinig aanleiding geeft om het beleid opnieuw tegen het licht te houden. De overheid verlangt veel van burgers en bedrijven. Dan mag zij ook laten zien dat vooruitgang gevolgen heeft.
Bronnen: RIVM, Tweede Kamer en NPO Radio 1. De beschrijving van het conflict rond de D66-focusgroep is gebaseerd op verklaringen van Han Lindeboom.
