Tom de Graaf en de elastische democratie van D66

Tom de Graaf democratie als rekbaar begrip

Tom de Graaf democratie is inmiddels een wonderlijk concept geworden. Iets dat zich aanpast aan de omstandigheden, vooral wanneer die omstandigheden bestaan uit burgers die iets anders vinden dan de bestuurlijke klasse. De vicepresident van de Raad van State, ooit het nette gezicht van bestuurlijk Nederland, meent dat democratie niet simpelweg de wil van de meerderheid is. Dat is een gedurfde stelling. Vooral omdat het hele idee van democratie daar al een paar duizend jaar om draait.

Tom de Graaf en hoe D66 de betekenis van democratie naar eigen hand zet. Kritisch opiniestuk over dit dictatoriaal gedoe op Nieuwsfeiten.

Het woord zelf zegt het al. Dèmos en kratein. Het volk regeert. Niet “het volk wordt vriendelijk aangehoord en daarna genegeerd door mensen met een netwerk en een benoeming.” Maar ergens onderweg is dat laatste dus precies geworden wat men onder democratie verstaat. Een soort bestuursvorm waarbij burgers vooral figuranten zijn in hun eigen land.

De bestuurlijke elite en haar gesloten circuit

De uitspraak van De Graaf voelt daarom niet als een verspreking, maar als een inkijkje. Dit is hoe er gedacht wordt in de bestuurlijke kringen waar besluiten vallen. Daar waar men elkaar kent, elkaar benoemt en elkaar vooral niet te lastig valt met iets ongemakkelijks als volkswil. Georganiseerde macht is daar geen vies woord, maar een systeem. Een gesloten circuit waarin invloed netjes wordt doorgegeven, zonder dat de kiezer zich er echt mee kan bemoeien.

In andere landen zouden ze dit minder charmant verpakken. Daar heet het cliëntelisme of machtsconcentratie. Hier krijgt het een nette jas en een academische uitleg. Want zolang je het ingewikkeld genoeg maakt, lijkt het bijna logisch dat burgers niet alles begrijpen en dus maar beter kunnen overlaten aan “de experts”.

Voor een institutionele uitleg van democratie kun je altijd nog bladeren door de definities van de Raad van State, al zul je daar zelden de zin aantreffen dat burgers het laatste woord hebben.

Referenda: democratie tot het spannend wordt

En daar komt D66 om de hoek kijken. De partij die ooit het referendum als kroonjuweel presenteerde. Directe democratie, het volk aan zet, inspraak voor iedereen. Het klonk fantastisch. Totdat datzelfde volk iets stemde wat niet in het plaatje paste.

Denk aan het Oekraïne-referendum in 2016. Burgers spraken zich uit, en wat volgde was een politiek kunststukje waarbij de uitslag netjes werd “herinterpreteerd”. Officieel werd er geluisterd. In de praktijk werd er omheen gewerkt. Voor de liefhebber: de reconstructies zijn nog gewoon terug te vinden via NOS en analyses bij NRC.

Het is bijna knap hoe snel principes verdampen wanneer ze botsen met de werkelijkheid. Dezelfde partij die burgers meer zeggenschap wilde geven, bleek daar vooral enthousiast over zolang die zeggenschap leidde tot de “juiste” keuzes. Daarna werd het stil. Of erger: paternalistisch.

De illusie van inspraak

Volgens de logica van De Graaf is democratie dus niet simpelweg de optelsom van stemmen. Nee, er zit blijkbaar een correctiemechanisme in. Een soort moreel filter dat bepaalt welke uitkomsten acceptabel zijn. En wie beheert dat filter? Precies. Dezelfde bestuurlijke elite die al jaren de lijnen uitzet.

Het idee dat hoogopgeleide bestuurders beter weten wat goed is voor het land, is hardnekkig. Het klinkt ook zo geruststellend. Laat het ingewikkelde denkwerk maar over aan mensen met titels en functies. Alleen zit daar een probleem. Democratie draait niet om wie het slimst is. Het draait om legitimiteit.

Zodra je dat loslaat, krijg je iets anders. Geen dictatuur misschien, maar wel een systeem waarin burgers steeds minder te zeggen hebben. Waar inspraak wordt gereduceerd tot symboliek. Moties voor referenda en directe invloed worden keurig weggestemd, terwijl men in toespraken blijft benadrukken hoe belangrijk democratie is.

Wie het stemgedrag wil bekijken, kan zich verdiepen in parlementaire dossiers via Tweede Kamer, waar moties voor meer directe inspraak opvallend vaak stranden.

Van Mierlo’s erfenis en de realiteit van nu

Hans van Mierlo, de oprichter van D66, zou zich waarschijnlijk omdraaien in zijn graf. De man die streed voor democratische vernieuwing ziet zijn geesteskind veranderen in een partij die diezelfde vernieuwing vooral blokkeert wanneer het spannend wordt.

Tom de Graaf staat daarin niet alleen. Hij is eerder een symptoom dan een uitzondering. Een vertegenwoordiger van een manier van denken waarin burgers vooral lastig zijn wanneer ze afwijken. Waarin democratie wordt geïnterpreteerd als iets dat gestuurd moet worden, gecorrigeerd, gemanaged.

En zo verschuift het begrip langzaam. Van volksheerschappij naar bestuurlijke regie. Van directe invloed naar gecontroleerde participatie. Het klinkt allemaal netjes. Tot je beseft dat de kern verdwenen is.

Democratie zonder volk is gewoon bestuur

Democratie zonder de wil van de meerderheid is geen democratie. Het is een systeem dat er op lijkt, maar iets anders doet. En dat is precies waar de irritatie vandaan komt. Niet omdat mensen tegen bestuur zijn, maar omdat ze voelen dat hun stem steeds minder gewicht heeft.

Misschien is dat de echte reden dat dit soort uitspraken blijven hangen. Ze bevestigen wat veel mensen al vermoeden. Dat de afstand tussen burger en bestuur geen toeval is, maar een gevolg van keuzes. Bewuste keuzes.

En zolang figuren als Tom de Graaf blijven uitleggen wat democratie volgens hen “echt” betekent, blijft dat ongemakkelijke gevoel hangen. Niet omdat burgers het niet begrijpen. Maar omdat ze het juist nét iets te goed begrijpen.

Conclusie.

Wat onder dit alles ligt, en waar Den Haag opvallend slecht naar luistert, is de groeiende frustratie onder burgers. Niet alleen over abstracte begrippen als democratie, maar over concrete dossiers die hun directe leefomgeving raken. Denk aan de discussie rond de spreidingswet en de komst van opvanglocaties, waar veel inwoners zich simpelweg niet gehoord voelen.

Tijdens een anti-AZC demonstratie in Apeldoorn werd dat ongemak pijnlijk zichtbaar. Een vrouw vroeg agenten of ze daar waren “om kinderen te meppen of om te laten zien dat al die mensen weg moeten”. Dat soort uitspraken ontstaat niet in een vacuüm. Dat is rauwe frustratie die naar boven komt wanneer mensen het gevoel hebben dat niemand nog luistert.

In dezelfde stad komt een opvanglocatie voor zo’n 250 asielzoekers, pal naast een school voor speciaal onderwijs. Ouders maken zich zorgen. Of die zorgen terecht zijn, daar kun je eindeloos over discussiëren. Maar dat ze bestaan, is het punt. En dat ze vaak worden weggewuifd als onderbuikgevoelens, maakt het alleen maar erger.

Wanneer inspraak structureel wordt genegeerd en besluiten van bovenaf worden doorgedrukt, ontstaat er iets wat bestuurders steevast onderschatten. Geen georganiseerde opstand, geen spektakel, maar wel een groeiende weerstand die steeds minder netjes binnen de lijntjes blijft. Protesten worden feller, vertrouwen zakt verder weg en het idee dat je nog invloed hebt, verdwijnt langzaam.

“Wat zou er mis kunnen gaan?” is dan geen grap meer, maar een retorische vraag waar niemand in Den Haag echt een antwoord op lijkt te willen geven.

Wie signalen blijft negeren, verliest uiteindelijk het vertrouwen van burgers — en dat heeft gevolgen die lastig te herstellen zijn.

Volg ons op Twitter: https://x.com/Nieuwsfeitencom
Bluesky: https://bsky.app/profile/nieuwsfeiten.bsky.social
Luister naar opiniestukken via Florida Radio Rotterdam: https://happy-music-radio.com

Beluister meer meningen op Florida radio rotterdam.