20 september 2026
Mediaframing bij demonstraties wordt steeds moeilijker om niet te zien
Wie zaterdagmiddag de nieuwsberichten over de demonstraties in Zevenaar en Den Haag achter elkaar las, kreeg bijna de indruk naar gebeurtenissen in twee verschillende landen te kijken. Extinction Rebellion was opnieuw naar een snelweg getrokken. Ongeveer vijftig mensen bereikten daadwerkelijk de A12, voertuigen werden gebruikt om het verkeer tegen te houden en uiteindelijk werden rond de honderd deelnemers aangehouden. Bij de NOS waren het klimaatactivisten. Verderop in het bericht komen demonstranten en actievoerders voorbij.
Op het Malieveld in Den Haag liep het later ernstig uit de hand. Daar waren mensen die vuurwerk en andere voorwerpen naar de politie gooiden. De ME werd ingezet en de demonstratie werd beëindigd. Wie zich zo gedraagt, is wat mij betreft een relschopper. Het merkwaardige zit daarom niet in dat woord, maar in de manier waarop de rest van de demonstratie al politiek was ingekleurd. De NOS sprak over een extreemrechtse betoging en een extreemrechtse organisatie.
Zet de twee berichten van dezelfde dag naast elkaar en het verschil is moeilijk te missen. XR wordt omschreven vanuit het doel waarvoor de beweging zegt te strijden. Bij de andere demonstratie wordt de politieke positie van de organisatie prominent onderdeel van de omschrijving.
Waarom?
Op de A12 stonden zaterdag geen radicaallinkse demonstranten
De actie van Extinction Rebellion was niet bepaald vrijblijvend. Mensen gingen een autosnelweg op en gebruikten voertuigen om verkeer tegen te houden. De A12 richting Duitsland werd afgesloten en verkeer moest worden omgeleid. Minister Karremans kondigde aangifte aan omdat demonstreren op een snelweg verboden is en volgens hem gevaarlijke situaties oplevert. De NOS beschreef de actie in Zevenaar als een actie van klimaatactivisten.
Daar is feitelijk niets onjuist aan. XR voert actie rond klimaatbeleid en de deelnemers zijn dus klimaatactivisten te noemen.
Het interessante begint wanneer je kijkt naar wat er níét staat. Geen radicaallinkse demonstranten. Geen extremistische activisten. De politieke plaats van de beweging wordt helemaal niet relevant gemaakt voor de aanduiding van de deelnemers.
Een paar uur later blijkt die politieke duiding bij een andere demonstratie ineens wel belangrijk.
Dat kan allemaal journalistiek worden verdedigd, maar het verschil bestaat wel degelijk. Wie doet alsof daar niets te zien is, hoeft eigenlijk alleen de twee NOS-koppen van 19 september nog eens te lezen.
Geweld op het Malieveld hoeft niet te worden verzwegen
Voor de duidelijkheid hoeft niemand de gebeurtenissen in Den Haag mooier te maken dan ze waren. Volgens de politie keerde een deel van de aanwezigen zich tegen agenten. Er werd vuurwerk gegooid en er vonden vernielingen plaats. De politie meldt ook antisemitische leuzen en gebaren.
Daar mag stevig over worden bericht.
Iemand die een verkeersbord uit de grond trekt en richting de ME gooit, hoeft van een journalist geen vriendelijker benaming te krijgen omdat hij toevallig ergens tegen demonstreert. Het woord relschopper is dan niet het probleem.
Het probleem ontstaat wanneer de gedragingen van een deel van een groep ongemerkt het beeld van iedereen op dat terrein gaan bepalen.
Niet iedereen op het Malieveld gooide vuurwerk. Niet iedereen zocht de confrontatie met de politie. Er waren ook mensen die demonstreerden zonder geweld te gebruiken. Journalisten liepen er rond omdat het hun werk was om vast te leggen wat er gebeurde.
Een van hen was de Spaanse persfotograaf Nacho Calonge.
Nacho Calonge stond daar met een camera
Calonge fotografeerde het politieoptreden toen hij met een agent te maken kreeg. Op de beelden is te zien dat de agent hem wegduwt. Calonge verliest zijn evenwicht en valt achterover het water in terwijl hij zijn camera nog vasthoudt. De NOS berichtte over het incident met de fotograaf.
Volgens Calonge was zijn perskaart zichtbaar. Tegen de NOS vertelde hij bovendien dat geen agent na zijn val naar hem toe kwam om te kijken hoe het met hem ging. Andere fotografen hielpen hem uit het water. Hij kondigde aan een klacht tegen de politie te willen indienen.
De politie spreekt over een ongelukkige samenloop van omstandigheden en heeft contact met hem opgenomen. Er wordt gekeken naar wat er precies is gebeurd en naar een mogelijke vergoeding van zijn beschadigde apparatuur.
Daarmee is de schade aan een camera misschien op te lossen, maar het incident zelf nog niet.
Calonge stond daar niet met vuurwerk. Hij was bezig met zijn werk als persfotograaf. Als hij daarbij een politiehandeling hinderde, kan de politie hem sommeren afstand te houden. Uit de eerste reactie van de politie wordt niet duidelijk waarom het nodig was hem fysiek weg te duwen.
Dat is een relevante vraag, juist omdat de politie in haar eigen verklaring benadrukt hoeveel waarde zij hecht aan een vrije pers die veilig en ongehinderd moet kunnen werken.
Een dag eerder activist, een dag later misschien extremist?
De discussie over taal lijkt misschien minder belangrijk dan iemand die in het water wordt geduwd, maar beide raken aan hetzelfde probleem. Zodra mensen als onderdeel van een politiek kamp worden bekeken, dreigt hun individuele gedrag naar de achtergrond te verdwijnen.
Bij XR lijkt dat onderscheid in de berichtgeving vanzelfsprekend. Een deelnemer die zich misdraagt, maakt niet automatisch van iedere XR’er een relschopper. Toen bij een eerdere blokkade een demonstrant werd aangehouden omdat hij volgens de politie een agent had mishandeld, bleef de NOS de rest gewoon klimaatactivisten noemen.
Dat is zoals het hoort.
Waarom zou een vreedzame deelnemer aan een andere demonstratie dan niet op dezelfde manier worden bekeken?
Op het Malieveld waren relschoppers. Benoem ze. Arresteer ze wanneer daarvoor aanleiding bestaat en vervolg mensen die geweld tegen agenten hebben gebruikt.
Maar daarmee is nog niet iedere bezoeker van die demonstratie een relschopper geworden.
Het lijkt een vanzelfsprekend onderscheid. In de berichtgeving vervaagt het behoorlijk snel.
XR heeft inmiddels een lange geschiedenis op de A12
Extinction Rebellion heeft de snelweg niet één keer per ongeluk aangezien voor een demonstratieterrein. De A12 is al jarenlang een geliefde actielocatie.
Ook deze maand ging het meerdere keren mis. Op 13 september werden bij een onaangekondigde blokkade 38 mensen aangehouden. De politie meldde dat een groot deel van hen eerder ook bij een blokkade aanwezig was geweest.
Die mensen waren dus bekend.
Na identificatie en verhoor kregen zij een waarschuwing. De politie liet weten dat bij een volgende overtreding vervolging zou kunnen volgen.
Je kunt dat een verstandige aanpak vinden. Een overheid hoeft niet iedere overtreding onmiddellijk met maximaal machtsvertoon te beantwoorden. Integendeel.
Maar het maakt de vergelijking wel interessant.
Bij XR zien we hoe mensen die herhaaldelijk een snelweg blokkeren worden verwijderd, meegenomen, verhoord en soms weer vrijgelaten. In de media blijven ze klimaatactivisten.
Bij een rechtse demonstratie kan de politieke kwalificatie van de bijeenkomst al in de kop staan voordat de lezer bij de eerste alinea is aangekomen.
Dat verschil is niet door Nieuwsfeiten bedacht. Het staat in de oorspronkelijke berichtgeving.
Waarom noemen we XR eigenlijk geen extreemlinkse beweging?
Die vraag kun je stellen zonder zelf het antwoord alvast in te vullen.
Misschien vindt de NOS dat daarvoor onvoldoende grond bestaat. Dat is mogelijk. Dan zou het interessant zijn te weten welke criteria een redactie hanteert voordat een politieke organisatie het voorvoegsel “extreem” krijgt.
Want dergelijke woorden hebben gewicht.
Een lezer ziet “klimaatactivist” en krijgt informatie over het onderwerp waarvoor iemand actie voert. Bij “extreemrechtse demonstrant” krijgt hij informatie over de politieke plaats waar de journalist die persoon of organisatie neerzet.
Dat zijn verschillende journalistieke keuzes.
Niemand hoeft daarom te eisen dat de NOS XR voortaan extreemlinks noemt. Het zou al helpen wanneer duidelijk wordt waarom de politieke positionering bij de ene beweging voortdurend relevant wordt gevonden en bij de andere nauwelijks.
De politie behandelt XR niet alsof er niets gebeurt
Ook daar moeten we eerlijk over blijven. XR is vaak genoeg aangepakt. Er zijn grote aantallen mensen aangehouden en bij eerdere acties zijn waterwerpers ingezet. De suggestie dat de politie bij XR uitsluitend staat toe te kijken klopt niet.
Wat wel opvalt, is de manier waarop veel acties worden beëindigd.
Zaterdag beschreef de NOS hoe de meeste XR-demonstranten vrijwillig in de gereedstaande bussen stapten. Mensen die bleven zitten, werden opgetild en weggevoerd.
Dat is geen zwakte van de politie. Het is juist hoe je hoopt dat een ontruiming verloopt wanneer mensen geen geweld gebruiken.
Daarom is het ook onzinnig om te verlangen dat XR voortaan harder wordt aangepakt om de beelden van het Malieveld in evenwicht te brengen. De politie moet geweld gebruiken wanneer dat noodzakelijk is, niet omdat een andere politieke groep vorige week ook een klap kreeg.
Maar precies hetzelfde uitgangspunt hoort te gelden voor iedereen die géén geweld gebruikt.
Ook op het Malieveld. En zeker voor een fotograaf die daar staat om verslag te doen.
Nieuwsfeiten schreef eerder over dat verschil tussen regels en vertrouwen
In een eerder artikel over politieoptreden in Nederland ging het al over een probleem dat hier opnieuw zichtbaar wordt. Een politiehandeling kan achteraf juridisch worden uitgelegd, terwijl burgers door wat zij op straat zien toch het vertrouwen verliezen dat iedereen op dezelfde manier wordt behandeld.
Dat gevoel speelt ook rond migratie en openbare orde. In dit artikel over migratie en wantrouwen in de politie beschreven we hoe snel vertrouwen verdwijnt wanneer burgers het idee krijgen dat instituties verschillende maatstaven hanteren.
Daarom zijn vergelijkingen als die van afgelopen zaterdag relevant.
Niet omdat twee demonstraties ooit exact hetzelfde verlopen. Dat deden deze twee duidelijk niet. Op het Malieveld werd geweld tegen agenten gebruikt en op de A12 was de situatie anders.
Dat verklaart waarom de ME in Den Haag harder moest optreden tegen gewelddadige personen. Het verklaart niet waarom een journalist in het water terechtkwam.
Mediaframing hoeft niet in een redactievergadering te worden afgesproken
Het woord framing roept al snel het beeld op van redacteuren die ’s morgens rond een tafel zitten en besluiten welke politieke beweging vandaag vriendelijk of vijandig wordt behandeld. Zo hoeft het helemaal niet te werken.
Gewoontes zijn voldoende.
Als XR jarenlang klimaatactivisten worden genoemd, wordt die formulering vanzelf normaal. Wanneer een bepaalde rechtse organisatie eenmaal als extreemrechts is gekwalificeerd, verhuist dat woord net zo gemakkelijk mee naar een volgende kop.
Na verloop van tijd valt de keuze nauwelijks meer op, totdat twee demonstraties op dezelfde dag plaatsvinden en je de berichten onder elkaar zet.
De NOS schreef zaterdag over een extreemrechtse betoging op het Malieveld en vrijwel tegelijkertijd over klimaatactivisten van XR op de A12. Bij de eerste demonstratie waren inderdaad mensen aanwezig die ernstig geweld gebruikten. Bij de tweede werd daadwerkelijk een snelweg geblokkeerd.
Daarmee zijn de gebeurtenissen niet gelijk geworden. De woordkeuze blijft wel opvallend verschillend.
Nacho Calonge maakt het verschil pijnlijk zichtbaar
Misschien is daarom juist de fotojournalist die zaterdag in het water belandde zo belangrijk voor dit verhaal.
Calonge behoorde niet tot de relschoppers die vuurwerk naar agenten gooiden. Hij stond er beroepsmatig en richtte zijn camera op wat er gebeurde.
Dat is precies het moment waarop een vrije pers zijn waarde heeft. Niet achteraf, wanneer de politie een verklaring publiceert en iedereen thuis de beelden nog eens rustig kan bekijken, maar midden in de onrust.
De politie zegt zelf dat journalisten ongehinderd en veilig hun werk moeten kunnen doen. Dat uitgangspunt verdient toepassing wanneer de situatie vervelend wordt en een camera misschien dichterbij komt dan een agent prettig vindt.
Wat zaterdag precies voorafging aan de duw moet worden vastgesteld. Daarvoor is onderzoek geschikter dan sociale media.
Maar het beeld bestaat nu eenmaal. Een fotograaf die politieoptreden vastlegt, krijgt een duw en belandt met zijn camera in het water. Op dezelfde dag worden XR-demonstranten die een snelweg blokkeren grotendeels opgetild of naar gereedstaande bussen gebracht.
Er zijn goede redenen waarom de politie op het gewelddadige Malieveld anders optrad dan bij een grotendeels geweldloze XR-blokkade. Dat ontslaat politie en media niet van de verplichting om binnen zo’n groep naar individueel gedrag te blijven kijken.
Niet iedereen op het Malieveld was een relschopper. Nacho Calonge was er zelfs helemaal geen demonstrant. Hij was de man die het probeerde vast te leggen.