Verantwoording als rookgordijn: Halsema, Grapperhaus en de taal van bestuurlijke onschendbaarheid

De parlementaire enquête COVID moest het moment worden waarop politieke verantwoordelijkheid weer scherp wordt. Wat je krijgt is iets anders: een zorgvuldig geregisseerde reconstructie waarin niemand echt vast komt te zitten, en waarin verantwoordelijkheid oplost in taal.

Corona, regels en onzin. De parlementaire enquête is een wassen neus. Spanningsveld tussen bestuurlijke verantwoordelijkheid en gelul

En precies daar vallen namen als Femke Halsema en Ferd Grapperhaus op. Niet omdat zij uitzonderingen zijn, maar omdat zij het systeem zichtbaar maken.Hiet nog een leuke mop van Ferd.

Besturen in crisis: alles wordt proces, niets wordt keuze

De parlementaire enquête: – In de reconstructies rond coronabeleid zie je steeds hetzelfde patroon: besluiten verdwijnen in ketens van “overleg”, “advies”, “afweging” en “uitvoering”. Wat ooit een politieke keuze was, wordt achteraf een bestuurlijk traject.

De avondklok is daar het schoolvoorbeeld van. Een maatregel met directe impact op fundamentele vrijheden, ingebed in OMT-adviezen en kabinetsdruk, maar in verhoren vooral teruggebracht tot een optelsom van factoren.
https://nieuws.nl/politiek/grapperhaus-niet-meteen-overtuigd-van-omt-argumenten-avondklok

Het effect is structureel: hoe complexer het besluit, hoe diffuser de verantwoordelijkheid. En hoe diffuser de verantwoordelijkheid, hoe minder iemand nog echt “de beslissing” heeft genomen.

Dat is geen toevallige uitkomst. Het is hoe modern crisisbestuur functioneert: niet via één beslismoment, maar via een keten van deelbesluiten waar niemand individueel nog volledig eigenaar van is.

Halsema en de taal van gedragssturing

Op lokaal niveau zie je bij Halsema dezelfde beweging. Begrippen als gedragsbeïnvloeding en crisiscommunicatie worden achteraf functioneel uitgelegd als instrumenten om naleving te bevorderen. Maar in de publieke perceptie zijn die termen inmiddels verschoven naar iets anders: sturing van gedrag als beleidsdoel op zichzelf.

Die spanning wordt nooit echt opgelost, alleen opnieuw verpakt. In bestuurlijke taal blijft het “communicatie in crisis”. In het publieke debat wordt het “gedragssturing van de samenleving”.

En precies daar zit de frictie: dezelfde woorden dragen twee onverenigbare interpretaties, zonder dat het systeem zelf kiest welke definitief is.

Onder ede: spreken binnen grenzen, niet binnen waarheid

Verantwoording zonder gelijke maat: regels voor de burger, context voor de bestuurder.

De coronaperiode heeft één ongemakkelijke waarheid blootgelegd die in alle verhoren en reconstructies steeds weer terugkomt: regels zijn universeel opgeschreven, maar niet universeel beleefd.

Dat wordt nergens zichtbaarder dan in het contrast tussen bestuurlijke verantwoordelijkheid en dagelijkse handhaving. Aan de ene kant waren er strikte maatregelen: afstand houden, groepsbeperkingen, beperkingen in samenkomsten. Aan de andere kant waren er bestuurders die in exact diezelfde periode geconfronteerd werden met de vraag of zij zelf die regels consequent naleefden.

De parlementaire enquête: –

De bruiloft van minister Ferd Grapperhaus werd daarin een symbooldossier. Niet omdat het juridisch uniek was, maar omdat het politiek zichtbaar werd. Tijdens een privébijeenkomst in 2020 werd niet overal strikt de 1,5 meter gehandhaafd, wat leidde tot forse publieke en politieke kritiek. Hij bood later excuses aan. Maar dat verandert de kern van het probleem niet: de norm was helder, de toepassing niet uniform.

En daar wringt het. Want voor burgers was die norm wél hard. Handhaving vond plaats, boetes werden uitgedeeld, en in de praktijk was er weinig ruimte voor context of interpretatie. De regel was de regel.

De parlementaire enquête: – De parlementaire enquête lijkt het moment van maximale openheid. In werkelijkheid is het een juridisch afgebakende ruimte waarin precies wordt bepaald wat iemand kan zeggen.

Onder ede betekent niet: alles vertellen wat je weet. Het betekent: verklaren wat je zeker weet, zonder speculatie, zonder invulling van andermans motieven, en zonder reconstructie buiten je eigen directe herinnering.

Dat is juridisch logisch, maar politiek explosief in een andere richting dan vaak wordt gedacht. Want wat overblijft is geen scherpe waarheid, maar een gefilterde versie van herinnering: voorzichtig, fragmentarisch en altijd juridisch veilig.

Wie dat leest als “niet willen antwoorden” mist het punt. Het probleem is niet stilte, maar begrensde taal. Een systeem waarin alles gezegd mag worden, zolang het maar binnen de juiste categorieën blijft.

Het gevolg: verantwoordelijkheid zonder scherpte

De parlementaire enquête: – Wat daardoor ontstaat is geen gebrek aan informatie, maar een overschot aan verklaarde informatie zonder harde kern.

  • alles is een afweging, context of proces

En dus is niets meer echt een individueel beslismoment dat politiek vast te pakken is.

Dat geldt voor de avondklok net zo goed als voor lokale handhaving, communicatiebeleid of crisisstructuren. Het is geen incident, maar de logica van het systeem zelf.

Conclusie: geen stilte, maar ongrijpbaarheid

De frustratie rond de enquête zit niet in wat er wordt verzwegen, maar in wat er wel gezegd wordt. Alles is verklaarbaar gemaakt, tot er niets meer overblijft dat nog echt scherp aanspreekbaar is.

Halsema en Grapperhaus zijn daarin geen uitzonderingen, maar representanten van een bestuurscultuur waarin verantwoordelijkheid juridisch bestaat, maar politiek steeds diffuser wordt.

En precies daar schuurt het: niet omdat er niets gezegd wordt, maar omdat alles gezegd wordt in een taal die niemand nog echt kan vastzetten.

Lachwekkend is het wel.

Door Martijn van der Zwaan