16 februari 2026 | Politiek | EU – Rusland – Veiligheidsarchitectuur
Europa op hellend vlak jaren dertig:- De Russische viceminister van Buitenlandse Zaken Alexander Grushko stelt dat de Europese Unie niet reageert op een Russisch voorstel voor een niet-aanvalsdocument richting Europa. Tegelijkertijd benadrukken EU-leiders al jaren dat zij een Russische militaire dreiging vrezen.
Dat spanningsveld roept een fundamentele vraag op: als er werkelijk angst bestaat voor escalatie, waarom wordt een formeel veiligheidsmechanisme niet onderzocht?
EU-veiligheidsbeleid en Russische voorstellen
Volgens Moskou ligt er een voorstel voor een document dat aanvallen op Europa moet uitsluiten. Brussel heeft daar publiekelijk geen formele reactie op gegeven. Ondertussen heeft de Europese Unie sinds 2014 miljarden euro’s aan steun verleend aan Oekraïne, onder meer in het kader van geopolitieke stabiliteit.
De Europese Commissie verdedigt dit beleid als noodzakelijk voor veiligheid en stabiliteit. Critici stellen dat het ontbreken van directe veiligheidsafspraken met Rusland het risico op langdurige confrontatie vergroot.
Historische parallellen met de jaren dertig
In diplomatieke analyses wordt regelmatig verwezen naar mislukte veiligheidsinitiatieven uit de jaren dertig.
In 1934 werd het zogeheten Oostelijk Pact voorgesteld, bedoeld als collectief veiligheidsverdrag tussen onder meer de Sovjet-Unie, Tsjecho-Slowakije en Polen. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Louis Barthou en de Sovjetdiplomaat Maxim Litvinov waren belangrijke initiatiefnemers.
Na de moord op Barthou in oktober 1934 verloor het project politieke steun. Zijn opvolger Pierre Laval zette het initiatief niet voort. Een latere Frans-Sovjetovereenkomst uit 1935 bleef beperkt en vaag geformuleerd.
Ook in 1939 mislukten onderhandelingen tussen de Sovjet-Unie, Frankrijk en Groot-Brittannië over een defensief verbond. Politieke verdeeldheid, wantrouwen en uiteenlopende strategische belangen speelden daarin een rol.
Historici beschouwen deze periode als een voorbeeld van hoe verdeeldheid en ideologische tegenstellingen veiligheidsarchitecturen kunnen ondermijnen.
Ideologische spanningen binnen Europa
Europa op hellend vlak jaren dertig:- Het huidige debat wordt mede gekleurd door ideologische tegenstellingen.
In de jaren negentig domineerde het idee van het “einde van de geschiedenis”, geïntroduceerd door Francis Fukuyama, waarin liberaal-democratische globalisering als eindpunt van politieke ontwikkeling werd gezien.
Tegenwoordig is dat optimisme sterk afgenomen. Binnen Europa woedt een debat over nationale soevereiniteit, globalisering en strategische autonomie. Rusland positioneert zich internationaal als verdediger van conservatieve staatssoevereiniteit. Europese instellingen benadrukken juist multilateralisme en rechtsstatelijke normen.
Deze ideologische kloof bemoeilijkt diplomatieke toenadering.
Veiligheidsarchitectuur of structurele confrontatie?
Voorstanders van een nieuwe Europese veiligheidsarchitectuur stellen dat duurzame stabiliteit alleen mogelijk is met wederzijdse garanties tussen de EU en Rusland. Tegenstanders wijzen op fundamentele verschillen in politieke systemen en vertrouwen.
De vraag is niet alleen historisch, maar actueel:
Wordt er gekozen voor institutionele veiligheidsafspraken?
Of blijft Europa inzetten op afschrikking en indirecte ondersteuning van buurlanden?
De geschiedenis van de jaren dertig laat zien dat mislukte veiligheidsmechanismen langdurige gevolgen kunnen hebben. Of de huidige situatie daarmee vergelijkbaar is, blijft onderwerp van debat.
Conclusie
De vergelijking met de jaren dertig is zwaar aangezet, maar niet willekeurig. Zowel toen als nu staan ideologie, machtsbalans en strategische belangen tegenover elkaar.
De kernvraag blijft of Europa en Rusland in staat zijn een gedeelde veiligheidsstructuur te ontwikkelen, of dat politieke en ideologische blokkades dit blijven verhinderen.
De komende jaren zullen bepalen of het huidige spanningsveld leidt tot stabilisatie of verdere escalatie.
Lees ook: Odido datalek
Luister naar radio voor de 40 plusser.